Drie ervaren vogeldeskundigen telden in 2009 bijna honderd vogelsoorten in de driehoek Warnsveld, Vorden en Lochem. Zoveel soorten zijn er gelukkig nog. Ze worden genoemd en beschreven in: Broedvogels in en rond het Groote Veld, dat door de Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek in Lochem werd gepresenteerd. Het boek is geïllustreerd met foto's van alle vogels en hun karakteristieke plekken in het gebied. Hans van Hoorn, Henk Jan Hof en Stef van Rijn telden de vogels in het gebied vooral op hun zang, ze telden met hun oren! Ze bezochten ongeveer 3000 hectare van De Velhorst tot Wientjesvoort en van Het Starink tot Klein Dochteren. Er waren 400 velduren nodig en ruim 300 uur computeruren. De telling sloot goed aan bij de in 1987 uitgevoerde telling van Rob Vogel van SOVON, zodat vergelijken mogelijk was.

Het alarmerende nieuws is dat de meeste vogelsoorten sinds de laatste telling in 1987 fors in aantal zijn afgenomen, gehalveerd of erger nog verdwenen. De afname komt volgens van Hoorn vooral door de verdroging in het gebied. Ook de toename van menselijke activiteiten hebben een negatief effect op het voorkomen van bosvogels in het gebied. Veel vogelsoorten lijken van de drogere naar de nattere delen in het gebied te zijn verhuisd.

Klappen vielen bij de Kneu, Koekoek, Ringmus en Kauw. Van het Vuurgoudhaantje werden er nog maar een paar geteld. Ook andere rode lijst soorten als Boomvalk, Ransuil en Grauwe vliegenvanger boerden sterk achteruit. Zelfs Kraaien en Spreeuwen namen in aantal af. De Gekraagde Roodstaart en de Bosuil hielden stand, evenals Fitis en Houtduif. De Nijlgans, Grauwe Gans en Raaf waren nieuwkomers in het gebied. De Nachtzwaluw is sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw terug. De Boomklever, het Goudhaantje en de Putter doen het relatief gezien goed. En op uit productie genomen cultuurland werden twee territoria van de Roodborsttapuit gevonden. Grote verrassing was de vaststelling van een territorium van de zeer zeldzame Draaihals (een soort specht).

Uit de voordracht bleek weer eens hoe gevoelig de vogels zijn voor veranderingen in hun biotoop. Het gemengde bedrijf met kleinschalig bouwland, weiland geriefbosjes en houtwallen is bijna verdwenen evenals de heide, de hagen en van tijd tot tijd overstromende meanderende beken. Het landschap van meester Heuvel komt niet meer terug. De tijden veranderen en dat heeft ook zijn goede kanten. Gelukkig is er nog veel natuurkwaliteit bewaard door activiteiten van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, landgoedeigenaren en boeren.

De Koolmees, Pimpelmees, Roodborst, Vink, Gaai en Winterkoning werden niet geteld. De tellers zouden er tureluurs van worden, want daar zijn er nog duizenden van. De Wielewaal was er nog wel, hij werd  acht keer genoteerd. De Tureluur niet, maar dat is een echte weidevogel, die heeft in de bosgebieden van het Groote Veld niets te zoeken. 

Het onderzoek steunde op de onvermoeibare inzet van de vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek. Die club helpt vogelliefhebbers bij het waarnemen en ringen van uilen, zwaluwen en andere soorten. Ze doen  excursies en vogeltrektellingen. Dat verdient een dikke pluim. Het boek is voor €22,50 te koop bij: www.vwgnoordwestachterhoek.nl en boekhandelaren in de omgeving. Ik vind het een aanrader.



Kees Zijderveld, Almen.